Stap 3: Hypervisor

Op de Hypervisor worden virtuele systemen aangemaakt. Dit onderwerp wordt later aangevuld. De installatie is vrijwel identiek aan die van de Domain Controller, tot aan het aanmaken van het domein. Uiteraard moet de server een andere naam en IP-adres hebben, maar de rest is hetzelfde. Vooral belangrijk is dat je voor de eerste DNS server het IP-adres van de Domain Controller gebruikt. Anders kan je problemen krijgen met toevoegen van de Hypervisor aan het domein (zie obstakel 1)

Als de basis instellingen geconfigureerd zijn gaan we de server toevoegen aan het domein dat we in de vorige stap aangemaakt hebben:

  • Log-in op de Hypervisor.
  • Als je in het configuratie menu zit , kies dan voor “Exit to Command Line” (keuze 14)